Apple stelt Siri 2.0 opnieuw uit: technische problemen vertragen AI-ambities
Apple’s langverwachte vernieuwing van Siri loopt opnieuw vertraging op. Interne tests tonen aan dat de nieuwe AI-functionaliteiten nog niet stabiel genoeg zijn voor een brede uitrol. De upgrade, die eerder voor maart 2026 gepland stond, wordt mogelijk gefaseerd uitgerold over meerdere iOS-versies. De vertraging voedt vragen bij investeerders over Apple’s positie in de snel evoluerende AI-markt.
Nieuwe tegenslag voor Siri 2.0
De ambitieuze vernieuwing van Siri, intern vaak aangeduid als “Siri 2.0”, heeft opnieuw te maken met ontwikkelingsproblemen. Volgens recente berichten kampt Apple tijdens interne tests met prestatie- en betrouwbaarheidsissues. Daardoor wordt de geplande lancering verder uitgesteld.
Oorspronkelijk mikte Apple op een introductie via iOS 26.4, dat in maart 2026 zou verschijnen. Nu lijkt het erop dat verschillende kernfuncties worden doorgeschoven naar latere updates, zoals iOS 26.5 in mei of zelfs iOS 27 in het najaar.
De problemen situeren zich vooral rond de verwerking van complexe opdrachten. Siri zou in testomgevingen niet consistent reageren op bepaalde vragen, soms te traag antwoorden of onvoorspelbare resultaten geven. Voor Apple, dat sterk inzet op gebruikservaring en stabiliteit, is dat onvoldoende voor publieke release.
Gefaseerde uitrol in plaats van één grote sprong
In plaats van een allesomvattende lancering lijkt Apple nu te kiezen voor een stapsgewijze aanpak. Minder ingrijpende verbeteringen zouden eerst verschijnen, terwijl geavanceerdere AI-functionaliteiten later volgen.
De vernieuwde Siri moet uiteindelijk veel meer worden dan een klassieke spraakassistent. Denk aan diepere contextuele intelligentie, beter begrip van persoonlijke voorkeuren en het uitvoeren van complexe, meerstapsopdrachten binnen apps. Dat vraagt echter een fundamentele herwerking van de onderliggende architectuur, een proces dat duidelijk meer tijd vergt dan aanvankelijk voorzien.
Beleggers reageren nerveus
De vertraging blijft niet zonder gevolgen op de financiële markten. Het aandeel van Apple stond recent onder druk na berichten over de uitgestelde AI-plannen. Beleggers maken zich zorgen over de snelheid waarmee Apple innoveert in vergelijking met concurrenten die agressief inzetten op generatieve AI.
Terwijl andere technologiebedrijven al grootschalige AI-assistenten met geavanceerde taalmodellen aanbieden, lijkt Apple voorzichtiger te opereren. Die strategie past binnen de traditie van het bedrijf om technologie pas uit te rollen wanneer ze volledig voldoet aan interne kwaliteitsnormen, maar in het huidige AI-tijdperk zorgt dat voor spanningen.
Samenwerking met Google als versneller én uitdaging
Een belangrijk onderdeel van Apple’s AI-strategie is de samenwerking met Google rond een aangepaste versie van het Gemini-model. Die technologie moet bepaalde onderdelen van Siri en bredere “Apple Intelligence”-initiatieven versterken.
Toch blijkt de integratie van externe AI-modellen complex. Apple wil zijn strikte privacyprincipes behouden, wat betekent dat gegevensverwerking zoveel mogelijk op het toestel zelf moet plaatsvinden. Het combineren van krachtige cloudgebaseerde AI met lokale verwerking creëert technische uitdagingen die mogelijk bijdragen aan de huidige vertraging.
2026 blijft het doel, maar zonder vaste datum
Hoewel Apple vasthoudt aan een lancering in 2026, is het exacte tijdschema onduidelijk. De kans is groot dat gebruikers de nieuwe Siri niet in één keer zullen krijgen, maar via meerdere software-updates verspreid over het jaar.
Wat begon als een geplande release midden 2025, evolueerde naar een voorjaarslancering in 2026 en lijkt nu verder te verschuiven. Toch blijft Apple inzetten op een fundamentele vernieuwing van zijn digitale assistent. Een stap die cruciaal is in een markt waarin AI steeds meer de kern vormt van het ecosysteem.
De boodschap is duidelijk: Siri 2.0 komt eraan, maar niet zonder hobbels op de weg.

