EU houdt versoepeling AI Act voorlopig tegen
De Europese plannen om de AI Act te versoepelen en bepaalde verplichtingen uit te stellen, zijn voorlopig niet goedgekeurd. Na een lange onderhandelingsronde raakten Parlement en Raad het niet eens over de AI-“digital omnibus”. Vooral de regels voor hoogrisico-AI in gereguleerde producten blijven politiek gevoelig. Een geplande persconferentie van Arba Kokalari en Michael McNamara werd geannuleerd, waardoor een publieke toelichting uitbleef.
Nachtelijk overleg eindigt zonder doorbraak
De Europese Unie voert de geplande versoepeling van de AI Act voorlopig niet door. Onderhandelaars van het Europees Parlement en de Raad spraken op dinsdag 28 april ongeveer twaalf uur over de zogeheten AI-“digital omnibus”, maar kwamen niet tot een akkoord. De gesprekken zouden in mei worden hervat.
Daarmee blijft de toekomst van het pakket onzeker. De omnibus moet de toepassing van de AI Act vereenvoudigen, bedrijven meer flexibiliteit geven en bepaalde verplichtingen voor hoogrisico-AI later laten ingaan. Voor ondernemingen die AI-systemen ontwikkelen of gebruiken, is dat geen detailkwestie. Zij moeten weten welke regels wanneer gelden, zeker wanneer hun systemen in gevoelige domeinen worden ingezet.
Persconferentie gaat niet door
Opvallend is dat een geplande persconferentie op woensdag 29 april om 11.00 uur niet doorging. Die briefing had een publieke debriefing moeten worden door Arba Kokalari, rapporteur voor de interne-marktcommissie, en Michael McNamara, rapporteur voor de burgerrechtencommissie. Op de officiële pagina van het Europees Parlement staat dat de persconferentie werd geannuleerd.
Daardoor kwam er geen formele toelichting van de hoofdonderhandelaars over de tweede trilogue met de lidstaten. Dat vergroot de onduidelijkheid rond de stand van de onderhandelingen. Voorlopig is vooral duidelijk wat er níét is: geen akkoord, geen definitieve nieuwe deadlines en geen politieke consensus over de zwaarste knelpunten.
Hoogrisico-AI blijft het struikelblok
Het grootste twistpunt lijkt de behandeling van hoogrisico-AI die al onder bestaande sectorspecifieke productveiligheidsregels valt. Dat gaat bijvoorbeeld om AI in medische hulpmiddelen, speelgoed, machines of geconnecteerde voertuigen. De centrale vraag is of zulke systemen volledig onder bepaalde AI Act-verplichtingen moeten blijven vallen, of dat bestaande productregels deels moeten volstaan.
Voorstanders van versoepeling willen dubbele regelgeving vermijden en de administratieve last voor bedrijven beperken. Tegenstanders vrezen dat ruime uitzonderingen de AI Act verzwakken nog voor de belangrijkste onderdelen volledig toepasbaar zijn. Die spanning raakt aan de kern van het Europese AI-beleid: innovatie stimuleren zonder bescherming van burgers, patiënten en consumenten uit te hollen.
Nieuwe deadlines blijven voorlopig onzeker
Zowel Raad als Parlement mikten vóór de vastgelopen onderhandeling op vaste latere toepassingsdata. Voor standalone hoogrisico-AI-systemen lag 2 december 2027 op tafel. Voor hoogrisico-AI die in producten is ingebed, werd 2 augustus 2028 genoemd. Ook bevat het pakket een verbod op AI-toepassingen die zonder toestemming seksuele of intieme content genereren.
Maar zolang er geen formeel akkoord is tussen Parlement en Raad, blijven die wijzigingen politiek voorlopig en juridisch onaf. Tot dan blijft de bestaande AI Act het uitgangspunt. Die wet trad in werking op 1 augustus 2024 en wordt gefaseerd toegepast. De meeste regels gaan volgens de huidige planning gelden vanaf 2 augustus 2026, met een langere overgangsperiode voor bepaalde hoogrisico-AI in gereguleerde producten.
De impasse toont hoe moeilijk de Europese evenwichtsoefening is geworden. Brussel wil de regeldruk verlagen en de concurrentiekracht van Europese bedrijven versterken, maar tegelijk het beschermingsniveau van de AI Act behouden. Zolang de onderhandelaars geen compromis vinden, blijft de beloofde vereenvoudiging dus vooral een politiek voornemen, maar nog geen nieuwe realiteit.

