Europa vraagt bedrijven, instellingen en overheden om AI-transparantiecode te ondertekenen [art. 50 AI Act]
ALLES WAT JE MOET WETEN, INCLUSIEF ACTIE STAPPENPLAN
De Europese Commissie roept aanbieders en professionele gebruikers van generatieve AI op om een gedragscode te ondertekenen rond transparantie bij AI-gegenereerde content. De ondertekening is vrijwillig, maar sluit aan bij de verplichtingen uit artikel 50 van de AI Act, die vanaf 2 augustus 2026 van toepassing worden. Niet alleen bedrijven, maar ook instellingen en (lokale) overheden kunnen hieronder vallen.
Van AI Act naar praktische gedragscode
De Europese Commissie zet een nieuwe stap in de uitvoering van de AI Act. Via het AI Office worden aanbieders en professionele gebruikers van generatieve AI-systemen uitgenodigd om de Code of Practice on Transparency of AI-generated content te ondertekenen. Die gedragscode moet duidelijker maken hoe organisaties in de praktijk kunnen omgaan met AI-gegenereerde of AI-gemanipuleerde content.
Het gaat niet om een nieuwe wet, maar om een vrijwillig kader dat organisaties helpt om zich voor te bereiden op de transparantieverplichtingen uit artikel 50 van de AI Act. Die verplichtingen worden vanaf 2 augustus 2026 van toepassing. Wie de code ondertekent, krijgt daarmee een concretere leidraad om aan te tonen dat de eigen processen rond AI-transparantie in lijn liggen met de Europese regels.
De code komt er op een moment waarop generatieve AI steeds vaker wordt gebruikt voor tekst, beeld, audio en video. Daardoor wordt het moeilijker voor burgers, klanten en gebruikers om te herkennen of content door mensen is gemaakt, door AI is gegenereerd of digitaal is gemanipuleerd.
Niet alleen technologiebedrijven
Hoewel in het debat vaak wordt gesproken over AI-bedrijven, is de reikwijdte breder. De AI Act richt zich op aanbieders en professionele gebruikers van AI-systemen. Dat kunnen grote technologiebedrijven zijn, maar evengoed ondernemingen uit andere sectoren, publieke instellingen, onderwijsorganisaties, zorginstellingen, mediahuizen, agentschappen en lokale overheden.
Een gemeente die generatieve AI gebruikt voor sociale media, infocampagnes of audiovisuele communicatie kan dus met de transparantieregels te maken krijgen. Hetzelfde geldt voor een publieke instelling die synthetische beelden inzet in sensibiliseringscampagnes, of een bedrijf dat AI gebruikt om commerciële content, klantencommunicatie of marketingmateriaal te produceren.
De kernvraag is niet of een organisatie privaat of publiek is, maar of zij AI professioneel inzet of aanbiedt onder haar eigen verantwoordelijkheid. Louter persoonlijk gebruik valt buiten die logica, maar professioneel gebruik door bedrijven, instellingen en overheden valt er in principe wel onder.
AI-content moet herkenbaar worden
De gedragscode draait rond het herkenbaar maken van AI-gegenereerde content. Daarbij gaat het onder meer om synthetische tekst, audio, beeld en video. Voor aanbieders van generatieve AI-systemen ligt de nadruk op technische maatregelen, zoals machineleesbare markeringen of andere signalen waarmee AI-output detecteerbaar kan worden gemaakt.
Voor organisaties die zulke systemen professioneel gebruiken, ligt de focus vooral op duidelijke communicatie naar het publiek. Deepfakes moeten herkenbaar worden gelabeld. Ook bepaalde AI-gegenereerde teksten over onderwerpen van publiek belang kunnen onder de transparantieverplichtingen vallen.
Dat maakt de code relevant voor veel meer dan alleen de technologiesector. Politieke communicatie, publieke dienstverlening, journalistiek, onderwijs, gezondheidscommunicatie en lokale informatiecampagnes kunnen allemaal geraakt worden wanneer AI wordt ingezet om content te maken of te bewerken. Transparantie moet voorkomen dat burgers worden misleid over de oorsprong of authenticiteit van informatie.
Vrijwillig, maar niet vrijblijvend
De ondertekening van de gedragscode is vrijwillig, maar de onderliggende verplichtingen uit de AI Act zijn dat niet. Organisaties die de code ondertekenen, kunnen ze gebruiken als praktisch hulpmiddel om hun interne beleid, technische processen en publicatieregels beter af te stemmen op de Europese eisen.
Voor de eerste publieke lijst van ondertekenaars geldt een deadline van 22 juli 2026 om 18.00 uur CEST. Die lijst wordt nog vóór de inwerkingtreding van de transparantieverplichtingen gepubliceerd. Organisaties die later willen aansluiten, kunnen dat nog doen, maar wie niet ondertekent, zal op een andere manier moeten aantonen dat de regels correct worden toegepast.
Voor bedrijven, instellingen en overheden betekent dit dat de voorbereiding nu concreet wordt. Ze moeten nagaan waar AI-content ontstaat, wie verantwoordelijk is voor publicatie, wanneer labeling nodig is en welke technische maatregelen beschikbaar zijn.
De Europese gedragscode is dus geen symbolisch document. Ze maakt duidelijk dat AI-transparantie een praktische compliance-opdracht wordt. Wie generatieve AI professioneel inzet, moet kunnen uitleggen wanneer content door AI werd gemaakt of gemanipuleerd. De vrijwillige handtekening onder de code kan daarbij een belangrijke eerste stap zijn.
Het document kun je hier downloaden
Graag meer uitgebreide info? Lees hieronder verder.
Wat betekent de AI-transparantiecode concreet voor bedrijven, instellingen en lokale besturen?
De Europese gedragscode rond AI-gegenereerde content is vooral belangrijk omdat ze een abstracte verplichting uit de AI Act vertaalt naar praktische werkafspraken. Artikel 50 van de AI Act bepaalt dat mensen in bepaalde gevallen moeten kunnen herkennen wanneer ze met AI interageren, of wanneer bepaalde content kunstmatig werd gegenereerd of gemanipuleerd. Voor generatieve AI gaat het vooral over tekst, beeld, audio en video.
De gedragscode zelf is vrijwillig. Maar dat mag niet verkeerd begrepen worden: de code is vrijwillig, de wettelijke verplichtingen uit de AI Act zijn dat niet. Vanaf 2 augustus 2026 worden de transparantieverplichtingen uit artikel 50 van toepassing voor organisaties die binnen het toepassingsgebied vallen.
De code moet organisaties helpen om op een meer voorspelbare en Europees erkende manier aan te tonen dat ze correct omgaan met AI-labels, markeringen en transparantie. Voor bedrijven, instellingen en lokale besturen is dit geen louter technisch dossier. Het wordt een praktische opdracht voor communicatie, beleid, juridische opvolging, IT, interne controle en publicatieprocessen.
Eerst goed begrijpen: ben je aanbieder of professionele gebruiker?
Een eerste stap is bepalen welke rol een organisatie heeft. De AI Act maakt een onderscheid tussen aanbieders en professionele gebruikers.
Een aanbieder is een organisatie die een AI-systeem ontwikkelt of onder eigen naam op de markt brengt. Denk aan een technologiebedrijf dat een generatieve AI-tool aanbiedt waarmee gebruikers tekst, beelden, video’s of audio kunnen maken. Voor aanbieders ligt de nadruk vooral op technische maatregelen. De output van hun systeem moet, voor zover technisch haalbaar, machineleesbaar gemarkeerd en detecteerbaar zijn als AI-gegenereerd of AI-gemanipuleerd.
Een professionele gebruiker is een organisatie die zo’n AI-systeem inzet onder haar eigen verantwoordelijkheid. Dat kan een bedrijf zijn, maar ook een school, ziekenhuis, overheidsdienst, communicatiebureau, mediaorganisatie, vereniging, agentschap of lokaal bestuur.
Voor veel organisaties zal vooral die tweede rol belangrijk zijn. Een gemeente die ChatGPT, Microsoft Copilot, Midjourney, DALL·E, Runway, Adobe Firefly of een gelijkaardig systeem gebruikt om publieke communicatie te maken, is meestal geen aanbieder van AI, maar wel een professionele gebruiker. Dat betekent niet dat elke AI-ondersteunde tekst of afbeelding automatisch gelabeld moet worden. Het betekent wel dat de organisatie moet weten wanneer labeling wél nodig is.
Niet elk gebruik van AI moet zichtbaar gelabeld worden
Een belangrijk misverstand is dat voortaan elk document, elke socialmediapost of elke afbeelding waarbij AI op één of andere manier hielp, automatisch een groot AI-label moet krijgen. Dat is niet wat artikel 50 zegt.
De verplichting is gerichter. Voor professionele gebruikers gaat het vooral om twee situaties.
Ten eerste: deepfakes. Dat zijn AI-gegenereerde of AI-gemanipuleerde beelden, audio of video die lijken op bestaande personen, objecten, plaatsen, entiteiten of gebeurtenissen en die voor een natuurlijk persoon valselijk authentiek of waarheidsgetrouw kunnen lijken. In zo’n geval moet duidelijk worden meegedeeld dat de content kunstmatig is gegenereerd of gemanipuleerd.
Ten tweede: AI-gegenereerde of AI-gemanipuleerde tekst die wordt gepubliceerd om het publiek te informeren over zaken van publiek belang. Denk aan communicatie over beleid, veiligheid, gezondheid, verkiezingen, publieke dienstverlening, mobiliteit, subsidies, crisiscommunicatie of maatschappelijke thema’s.
Daarbij is er een belangrijke nuance. Wanneer AI-gegenereerde tekst een proces van menselijke review of redactionele controle heeft ondergaan, en wanneer een natuurlijke of rechtspersoon redactionele verantwoordelijkheid draagt voor de publicatie, kan de situatie anders liggen. Dat is vooral relevant voor communicatiediensten, redacties, lokale besturen en publieke instellingen.
Wie AI gebruikt als schrijfassistent, maar daarna de tekst inhoudelijk controleert, redigeert, goedkeurt en publiceert onder eigen verantwoordelijkheid, zit in een andere situatie dan wie AI-output bijna automatisch publiceert zonder echte menselijke controle.
Voorbeelden: wanneer labelen, wanneer niet?
Een lokaal bestuur dat een AI-afbeelding gebruikt van een fictieve burgemeester die zogezegd een nieuwe campagne aankondigt, zit duidelijk in een risicovolle zone. Als het beeld lijkt op een echte persoon of een realistische publieke situatie, kan de burger denken dat het om authentiek beeldmateriaal gaat. Dan is een label aangewezen en mogelijk verplicht.
Een bedrijf dat een volledig AI-gegenereerde video publiceert waarin een realistisch ogende CEO een boodschap brengt die hij of zij nooit heeft ingesproken, moet zeer voorzichtig zijn. Ook als de boodschap inhoudelijk correct is, kan de vorm misleidend zijn. Het publiek moet dan meteen kunnen zien of horen dat de video kunstmatig werd gemaakt of gemanipuleerd.
Een gemeente die AI gebruikt om een eerste ontwerp te maken van een nieuwsbriefartikel over wegenwerken, maar waarbij een communicatiemedewerker de tekst controleert, herschrijft en publiceert onder verantwoordelijkheid van het bestuur, zal niet automatisch in dezelfde categorie vallen. De menselijke review en redactionele verantwoordelijkheid zijn hier belangrijk.
Een school die AI gebruikt om een fictieve illustratie te maken voor een interne poster over digitale vaardigheden, zonder realistische personen of publieke beleidsinformatie, zit waarschijnlijk minder snel in de kern van artikel 50. Toch kan vrijwillige transparantie nuttig zijn, bijvoorbeeld door onderaan te vermelden: “Illustratie gemaakt met behulp van AI.”
Een zorginstelling die AI gebruikt om een realistisch filmpje te maken over vaccinatie, patiëntenrechten of gezondheidspreventie, moet wél bijzonder voorzichtig zijn. Gezondheidscommunicatie raakt snel aan publiek belang. Als beeld, audio of tekst AI-gegenereerd is, moet vooraf worden nagedacht over labeling, menselijke controle en verantwoordelijkheid.
De EU-iconen: handig, maar geen automatische vrijstelling
De Europese Commissie heeft ook een set iconen ontwikkeld die organisaties kunnen gebruiken om AI-gegenereerde of AI-gemanipuleerde content herkenbaar te labelen. Die iconen zijn vrij beschikbaar en kunnen helpen om op een consistente manier te communiceren.
Het gebruik van de iconen is optioneel. Het is dus geen verplicht Europees logo dat altijd gebruikt moet worden. Tegelijk vormen de iconen op zichzelf ook geen automatische vrijstelling of sluitend bewijs dat een organisatie volledig juridisch compliant is. Ze zijn een praktisch hulpmiddel binnen een bredere transparantieaanpak.
De iconen zijn vooral bedoeld om mensen op het moment van eerste blootstelling duidelijk te maken dat content kunstmatig werd gegenereerd of bewerkt. Dat betekent dat het label zichtbaar, begrijpelijk en toegankelijk moet zijn. Het mag niet ergens diep verborgen zitten in algemene voorwaarden, een aparte disclaimerpagina of een document dat de gebruiker waarschijnlijk nooit opent.
Praktisch betekent dit:
- bij een afbeelding staat het label best in of vlak bij het beeld;
- bij video kan het label in beeld komen bij de start;
- bij audio kan een korte melding aan het begin worden voorzien;
- bij een webartikel kan de melding bovenaan of onder de titel staan;
- bij socialmediacontent moet de melding zichtbaar zijn zonder dat de gebruiker eerst moet doorklikken.
Gebruik duidelijke taal. Een burger begrijpt sneller “Deze afbeelding werd gemaakt met AI” dan “Deze visuele output bevat synthetisch gegenereerde multimodale elementen”.
Wat betekent menselijke review in de praktijk?
De uitzondering voor AI-gegenereerde tekst met menselijke review is belangrijk, maar mag niet worden herleid tot “iemand heeft er even naar gekeken”. Een organisatie die zich hierop wil beroepen, moet best kunnen aantonen dat er echt redactionele controle was.
Concreet betekent dat minstens dat iemand controleert of de inhoud:
- feitelijk juist is;
- volledig genoeg is;
- actueel is;
- begrijpelijk is voor de doelgroep;
- geen misleidende indruk wekt;
- past binnen het beleid of de opdracht van de organisatie;
- geen vertrouwelijke, foutieve of gevoelige informatie bevat;
- correct verwijst naar rechten, plichten, bedragen, termijnen of procedures.
Bij publieke communicatie moet ook worden nagegaan of de tekst geen foutieve verwachtingen creëert. Voor lokale besturen is dat bijzonder relevant. AI kan vlot teksten maken over premies, vergunningen, mobiliteit, openbare werken of dienstverlening, maar fouten in zulke communicatie kunnen burgers rechtstreeks raken.
Een werkbare aanpak is om AI-output nooit rechtstreeks te publiceren op publieke kanalen zonder menselijke eindcontrole. Leg ook vast wie finaal verantwoordelijk is: de communicatieambtenaar, dienstverantwoordelijke, jurist, algemeen directeur, beleidsverantwoordelijke of een andere bevoegde persoon.
Ondertekenen of niet?
De gedragscode ondertekenen is geen formele verplichting. Niet ondertekenen betekent dus niet automatisch dat een organisatie de AI Act schendt. Organisaties die niet ondertekenen, blijven wel verantwoordelijk voor naleving van artikel 50. Zij zullen dus op een andere manier moeten kunnen aantonen dat hun maatregelen voldoende zijn.
Ondertekenen kan vooral nuttig zijn voor organisaties die structureel generatieve AI inzetten in publieke communicatie, mediaproductie, klantencommunicatie of platformdiensten. Het voordeel is dat de code een erkend kader biedt. Na een positieve beoordeling door de Europese Commissie en de AI Board kunnen ondertekenaars de code gebruiken om aan te tonen dat hun aanpak aansluit bij artikel 50.
Wie wil ondertekenen, moet het officiële formulier invullen en bezorgen aan het AI Office. De Commissie vraagt dat het formulier wordt ondertekend door iemand met voldoende bevoegdheid om de organisatie te binden, bijvoorbeeld een senior executive, bestuurder, algemeen directeur of andere bevoegde vertegenwoordiger.
Voor opname in de eerste publieke lijst van ondertekenaars moet het formulier uiterlijk op 22 juli 2026 om 18.00 uur CEST worden ingediend. Later ondertekenen blijft in principe mogelijk.
Het ondertekeningsformulier laat organisaties aanduiden of zij behoren tot één of meerdere categorieën:
- aanbieder van een generatief AI-systeem;
- aanbieder van een generatief AI-model;
- technologieprovider van markeer- of detectieoplossingen;
- professionele gebruiker van een generatief AI-systeem.
Ook moet worden aangeduid of men sectie 1, sectie 2 of beide delen van de code onderschrijft.
Sectie 1 en sectie 2: wat is het verschil?
De code bestaat uit twee grote delen.
Sectie 1 gaat vooral over aanbieders van generatieve AI-systemen, aanbieders van generatieve AI-modellen en technologieproviders van markeer- en detectieoplossingen. Hier ligt de nadruk op technische maatregelen, zoals machineleesbare markeringen, detecteerbaarheid en maatregelen die downstreamgebruikers helpen om AI-output correct te herkennen.
Sectie 2 gaat vooral over professionele gebruikers van generatieve AI-systemen. Hier ligt de nadruk op het duidelijk labelen van deepfakes en AI-gegenereerde of AI-gemanipuleerde tekst die wordt gepubliceerd om het publiek te informeren over zaken van publiek belang.
Voor gewone bedrijven, instellingen en lokale besturen zal vooral sectie 2 relevant zijn. Voor technologiebedrijven, AI-platformen en aanbieders van generatieve tools zal ook sectie 1 belangrijk zijn.
Hoe aanpakken, concreet actieplan:
Stap 1: breng in kaart waar AI-content ontstaat
Maak eerst een eenvoudige inventaris. Welke diensten, afdelingen of medewerkers gebruiken generatieve AI?
Denk niet alleen aan IT, maar ook aan communicatie, marketing, juridische dienst, HR, .. , en externe communicatiepartners.
Noteer per toepassing welk type output wordt gemaakt: tekst, beeld, audio, video, vertaling, samenvatting, chatbotantwoord, socialmediapost, campagnebeeld, verslag, brief, webpagina of beleidsdocument. Zonder inventaris kun je niet bepalen waar labels nodig zijn.
Stap 2: bepaal of je aanbieder, gebruiker of beide bent
De meeste gewone organisaties zullen professionele gebruiker zijn. Maar sommige organisaties kunnen ook aanbieder worden, bijvoorbeeld wanneer zij een eigen chatbot, AI-portaal of generatieve tool onder eigen naam aanbieden aan burgers, klanten of andere organisaties.
Een lokaal bestuur dat een externe chatbot op zijn website plaatst, moet nagaan wie juridisch als aanbieder optreedt en wie als gebruiker. Een bedrijf dat een AI-tool white-label aanbiedt aan klanten, moet nog kritischer kijken. Onder eigen naam aanbieden kan verplichtingen verschuiven.
Stap 3: maak een publicatiematrix
Stap 4: leg standaardlabels vast
Wacht niet tot er discussie ontstaat bij elke publicatie. Maak vooraf enkele standaardformuleringen. Bijvoorbeeld:
Voor volledig AI-gegenereerd beeld:
“Deze afbeelding werd gegenereerd met behulp van artificiële intelligentie.”
Voor gedeeltelijk AI-bewerkt beeld:
“Deze afbeelding werd digitaal bewerkt met behulp van AI.”
Voor AI-video of AI-audio:
“Deze video/audio bevat AI-gegenereerde of AI-gemanipuleerde elementen.”
Voor AI-ondersteunde tekst zonder volledige redactionele controle:
“Deze tekst werd gegenereerd of bewerkt met behulp van AI.”
Voor AI-ondersteunde tekst met menselijke eindredactie:
“Deze tekst werd opgesteld met ondersteuning van AI en inhoudelijk gecontroleerd door [organisatie/bedrijf/dienst].”
Gebruik klare taal. Vermijd technische termen zoals “synthetische multimodale output” of “LLM-gebaseerde generatie” in communicatie naar het brede publiek
Stap 5: maak menselijke controle verplicht bij publieke informatie
Voor organisaties die communiceren met burgers, klanten, patiënten, leerlingen of ondernemers is dit de belangrijkste maatregel. Spreek intern af dat AI-output nooit rechtstreeks op publieke kanalen verschijnt zonder menselijke eindcontrole.
Die controle moet minstens drie vragen beantwoorden:
1. Is de inhoud feitelijk correct?
2. Is duidelijk wie verantwoordelijk is voor de publicatie?
3. Moet de lezer, kijker of luisteraar weten dat AI werd gebruikt?
Voor lokale besturen kan dit bijvoorbeeld worden opgenomen in:
- de communicatierichtlijnen;
- het deontologisch kader;
- het ICT-beleid;
- de richtlijnen voor sociale media;
- een aparte AI-policy;
- het redactiestatuut of publicatieproces.
Stap 6: documenteer beslissingen
Transparantie is niet alleen een label op het eindproduct. Het is ook kunnen aantonen waarom een organisatie een bepaalde keuze maakte.
Bewaar daarom bij risicovolle publicaties minstens deze informatie:
Dit hoeft geen zwaar juridisch dossier te zijn. Een eenvoudige interne checklist of publicatielog kan voor veel organisaties al een groot verschil maken.
Stap 7: beslis of ondertekenen zinvol is
Ondertekenen is vooral zinvol wanneer AI structureel wordt ingezet voor publieke of commerciële communicatie, wanneer een organisatie veel beeld-, video- of audiocontent maakt, of wanneer zij zelf AI-systemen aanbiedt.
Voor kleinere organisaties die slechts af en toe AI gebruiken als schrijfhulp, kan het belangrijker zijn om eerst een intern beleid en een publicatiechecklist uit te werken.
Specifiek voor lokale besturen
Voor lokale besturen is de kernvraag: “Kan een burger verkeerd begrijpen of iets echt, menselijk, officieel of authentiek is?”
Een gemeente gebruikt vaak communicatie met een hoog vertrouwensgehalte. Burgers gaan ervan uit dat informatie op de gemeentelijke website, sociale media, bewonersbrieven en infocampagnes officieel en gecontroleerd is. Daarom moet AI-transparantie hier niet alleen juridisch, maar ook bestuurlijk worden bekeken.
Concreet kan een lokaal bestuur best snel werk maken van vijf afspraken:
Een gemeente hoeft dus niet bang te zijn om AI te gebruiken. Maar ze moet wel vermijden dat AI onzichtbaar in officiële communicatie sluipt. Zeker wanneer content realistisch oogt of beleidsinformatie bevat, is transparantie essentieel.
Praktische checklist voor publicatie
Gebruik vóór publicatie van AI-ondersteunde content deze korte controlelijst.
1. Werd AI gebruikt?
- [ ] Nee
- [ ] Ja, voor inspiratie of brainstorm
- [ ] Ja, voor tekst
- [ ] Ja, voor beeld
- [ ] Ja, voor audio
- [ ] Ja, voor video
- [ ] Ja, voor bewerking of manipulatie van bestaande content
2. Wordt de content publiek verspreid?
- [ ] Nee, enkel intern gebruik
- [ ] Ja, via website
- [ ] Ja, via sociale media
- [ ] Ja, via nieuwsbrief
- [ ] Ja, via persbericht
- [ ] Ja, via campagne
- [ ] Ja, via chatbot of digitale dienstverlening
3. Kan de content als echt of authentiek worden beschouwd?
- [ ] Nee, duidelijk fictief of illustratief
- [ ] Ja, het beeld/audio/video lijkt realistisch
- [ ] Ja, bestaande personen, plaatsen of gebeurtenissen worden nagebootst
- [ ] Ja, burgers of klanten kunnen denken dat het om echt materiaal gaat
4. Gaat het over publiek belang?
- [ ] Nee
- [ ] Ja, beleid of dienstverlening
- [ ] Ja, gezondheid of veiligheid
- [ ] Ja, verkiezingen of publieke besluitvorming
- [ ] Ja, mobiliteit of openbare werken
- [ ] Ja, premies, rechten, plichten of procedures
5. Is er menselijke review?
- [ ] Nee
- [ ] Ja, enkel oppervlakkig nagekeken
- [ ] Ja, inhoudelijk gecontroleerd
- [ ] Ja, juridisch of beleidsmatig gecontroleerd
- [ ] Ja, finaal goedgekeurd door verantwoordelijke dienst of persoon
6. Is een AI-label nodig?
- [ ] Nee, niet nodig
- [ ] Ja, zichtbaar label toevoegen
- [ ] Ja, label in beeld/audio/video opnemen
- [ ] Ja, toelichting toevoegen bij publicatie
- [ ] Twijfel: laten beoordelen door verantwoordelijke dienst
Minimale interne afspraken
Elke organisatie die professioneel generatieve AI gebruikt, kan best minstens deze afspraken vastleggen:
1. AI-output wordt niet automatisch gepubliceerd.
2. Bij publieke informatie is menselijke eindcontrole verplicht.
3. Bij realistisch beeld, audio of video wordt altijd nagegaan of een label nodig is.
4. Bij communicatie over publiek belang wordt extra voorzichtig omgegaan met AI-gegenereerde tekst.
5. Er worden standaardformuleringen gebruikt voor AI-labels.
6. De verantwoordelijkheid voor publicatie ligt altijd bij een mens of organisatie, niet bij de AI-tool.
7. Bij twijfel wordt de publicatie tijdelijk tegengehouden en beoordeeld.
Conclusie: AI-transparantie wordt een gewone publicatieregel
De nieuwe gedragscode maakt duidelijk dat AI-transparantie niet langer alleen een thema is voor juristen of technologiebedrijven. Het wordt een gewone publicatieregel voor iedereen die professioneel communiceert met burgers, klanten, patiënten, leerlingen, ondernemers of gebruikers.
De praktische opdracht is helder: weet waar AI wordt gebruikt, bepaal wanneer labeling nodig is, zorg voor menselijke controle, leg verantwoordelijkheid vast en documenteer de keuzes.
Wie dat goed organiseert, hoeft AI niet te vermijden. Integendeel: organisaties kunnen AI blijven gebruiken, maar dan op een manier die herkenbaar, controleerbaar en betrouwbaar is.
De vrijwillige ondertekening van de gedragscode kan daarbij helpen, vooral voor organisaties die veel met generatieve AI werken of publiek willen tonen dat zij AI-transparantie ernstig nemen. Maar ook wie niet ondertekent, doet er goed aan om nu al een intern actieplan uit te werken.
Vanaf 2 augustus 2026 wordt AI-transparantie immers geen vrijblijvende goede praktijk meer, maar een concrete verplichting voor wie onder artikel 50 van de AI Act valt.





