“Geen AI? Dan geen job of promotie”: Belgische werknemers worstelen met nieuwe realiteit op de werkvloer
AI is in 2026 geen optie meer, maar een bepalende factor voor promotie en aanwerving. Internationale bedrijven koppelen AI-gebruik rechtstreeks aan evaluaties, terwijl Belgische cijfers tonen dat veel werknemers nog onvoldoende voorbereid zijn. De kloof tussen verwachting en vaardigheid groeit.
AI is uitgegroeid tot een harde maatstaf voor professioneel succes. Wat enkele jaren geleden begon als een hulpmiddel om productiviteit te verhogen, is vandaag bij veel bedrijven een expliciet onderdeel van het personeelsbeleid. Organisaties verwachten niet alleen dat werknemers AI gebruiken, maar ook dat ze aantonen hoe die technologie hun prestaties verbetert.
Grote technologiebedrijven zoals Google, Meta en Amazon verwerken AI-adoptie steeds vaker in evaluatiecriteria. Medewerkers worden beoordeeld op hoe efficiënt ze AI inzetten voor analyses, rapportering of strategische besluitvorming. Ook consultancygroep Accenture koppelt promotiekansen rechtstreeks aan het gebruik van interne AI-platformen.
Bij het Amerikaanse digital-marketingbedrijf Conductor gaat men nog verder: werknemers krijgen een AI-competentiescore van één tot vijf. De hoogste scores zijn voorbehouden aan medewerkers die niet alleen AI gebruiken, maar ook systemen ontwikkelen die de workflow van collega’s verbeteren. Tijdens sollicitatiegesprekken moeten kandidaten hun AI-vaardigheden expliciet aantonen.
Belgische arbeidsmarkt: duidelijke kloof
Terwijl internationale bedrijven AI tot norm verheffen, tonen cijfers dat Belgische werknemers zich nog in een overgangsfase bevinden.
- 39 % van de Belgische werknemers geeft aan extra AI-kennis nodig te hebben voor hun job.
- Slechts 14 % volgde het afgelopen jaar een relevante AI-opleiding.
- Meer dan 40 % gebruikt helemaal geen AI-tools op het werk, terwijl slechts 24 tot 34 % AI regelmatig of wekelijks inzet.
- 15 % gebruikt generatieve AI dagelijks, 19 % minstens wekelijks.
- Bijna 35 % gebruikt minstens één AI-toepassing professioneel, een stijgend aandeel.
Opvallend is dat 26 % aangeeft dat AI nog niet wordt gebruikt binnen hun organisatie, terwijl 35 % zegt dat AI vooral individueel en zonder duidelijke richtlijnen wordt toegepast. Dat wijst op een gebrek aan structureel beleid.
Bedrijven investeren, maar niet massaal
Ook aan werkgeverszijde is de adoptie ongelijk. Slechts 16 % van de Belgische bedrijven biedt expliciete AI-opleidingen aan, terwijl ongeveer een kwart werknemers wel wordt aangemoedigd om AI te gebruiken. Ongeveer 43 % investeert breder in digitale of AI-training, maar dat betekent dat een meerderheid nog geen structurele opleidingsstrategie heeft.
Die cijfers tonen een paradox: AI wordt steeds belangrijker in evaluatiesystemen, maar veel werknemers krijgen onvoldoende ondersteuning om die vaardigheden te ontwikkelen.
Werknemers tussen opportuniteit en druk
De reacties op de AI-eis zijn verdeeld. Sommigen zien kansen om repetitieve taken te automatiseren en meer strategisch werk te verrichten. Recruiters bevestigen dat AI-ervaring een competitief voordeel oplevert op de arbeidsmarkt.
Tegelijk groeit de bezorgdheid over prestatiedruk. Wanneer AI-gebruik meetbaar wordt via dashboards of gebruiksfrequentie, ontstaat het risico dat werknemers technologie inzetten om aan criteria te voldoen, eerder dan uit inhoudelijke meerwaarde. Bovendien waarschuwen experts dat creativiteit, kritisch denken en menselijke nuance moeilijk in AI-metrics te vatten zijn.
AI als nieuwe basisvaardigheid
Arbeidsmarktspecialisten vergelijken AI-vaardigheid met digitale geletterdheid in de jaren 2000. Wie vandaag geen e-mail of spreadsheet kan gebruiken, staat buitenspel; morgen geldt dat mogelijk voor AI-tools. Belgische werknemers staan voor de opdracht om snel bij te scholen, en werkgevers om hen daarin structureel te ondersteunen.

