De voorbije twee jaar is de term “AI slop” uitgegroeid tot een vaste waarde in discussies over de kwaliteit van het internet. Wie sociale media opent of online zoekt naar informatie, krijgt steeds vaker het gevoel dat teksten niet langer door mensen, maar door AI zijn geschreven. Maar hoeveel van het internet is vandaag écht AI-gegenereerd? Tot nu toe bleef dat grotendeels giswerk. Een nieuwe analyse van het Pew Research Center brengt daar voor het eerst meer duidelijkheid in. Op basis van bijna een half miljoen Engelstalige webpagina’s onderzocht het onderzoekscentrum hoeveel online content duidelijke kenmerken vertoont van AI-auteurschap. De resultaten tonen aan dat AI inmiddels een zichtbare plaats op het internet heeft veroverd, maar ook dat de situatie genuanceerder is dan veel mensen denken.
Voor de voorbereidingen van de inhoud en creatie van de visuals wordt (uiteraard) gebruikgemaakt van generatieve AI.
Eén op de tien webpagina’s draagt duidelijke sporen van AI
Voor het onderzoek analyseerde Pew een representatieve steekproef van 10.000 Engelstalige webpagina’s uit juli 2026. Met behulp van een speciaal detectiemodel werd nagegaan of de teksten duidelijke kenmerken vertoonden van AI-auteurschap of ingrijpende AI-bewerking.
De belangrijkste conclusie is opvallend: ongeveer 10% van alle onderzochte webpagina’s vertoont significante signalen dat ze door AI zijn geschreven of substantieel zijn bewerkt. Dat lijkt op het eerste gezicht misschien minder spectaculair dan sommige krantenkoppen suggereren.
Maar dat cijfer verdient context. Het internet bestaat immers niet uitsluitend uit nieuwe content. Miljoenen webpagina’s dateren van lang vóór de introductie van ChatGPT eind 2022 en konden dus onmogelijk met generatieve AI zijn geschreven.
Kijk je alleen naar recente content, dan verandert het beeld volledig
Wanneer de onderzoekers uitsluitend kijken naar pagina’s die zijn gepubliceerd ná de publieke doorbraak van ChatGPT, ontstaat een heel ander beeld. Van die recentere webpagina’s vertoont inmiddels meer dan één derde duidelijke kenmerken van AI-auteurschap of intensieve AI-bewerking.
Dat betekent niet noodzakelijk dat een chatbot de volledige tekst zelfstandig heeft geschreven. In veel gevallen gaat het waarschijnlijk om een combinatie van menselijke auteurs en AI-assistenten die teksten herschrijven, uitbreiden, samenvatten of redigeren.
De grens tussen volledig menselijke en volledig AI-gegenereerde content vervaagt daardoor steeds verder.
Niet elk deel van het internet verandert even snel
Een tweede interessante vaststelling is dat AI-content zeer ongelijk verspreid is over het web. Commerciële websites met een .com-domein bevatten veruit het meeste AI-gegenereerde tekstmateriaal. Ongeveer één op de tien onderzochte .com-pagina’s vertoont duidelijke AI-kenmerken. Bij .org-websites ligt dat aandeel aanzienlijk lager.
Opvallend is dat .edu- en .gov-domeinen nauwelijks AI-gegenereerde teksten bevatten. Volgens het onderzoek bedraagt het aandeel daar ongeveer één procent.
Dat verschil is logisch. Commerciële websites publiceren dagelijks grote hoeveelheden marketingteksten, productbeschrijvingen en SEO-content, precies de soorten teksten waarvoor generatieve AI bijzonder geschikt is. Onderwijsinstellingen en overheden publiceren doorgaans minder frequent en hanteren vaak strengere redactionele controles.
De stijging begon vrijwel onmiddellijk na ChatGPT
Pew onderzocht niet alleen de huidige situatie, maar ook de evolutie doorheen de tijd. De onderzoekers zien een duidelijke breuklijn eind 2022, toen ChatGPT publiek beschikbaar werd. Vanaf dat moment stijgt het aandeel AI-geschreven webpagina’s vrijwel onafgebroken. Met elke nieuwe generatie modellen waaronder Claude, Gemini en andere generatieve AI-systemen neemt ook het gebruik ervan bij online publicaties verder toe.
Dat bevestigt wat veel internetgebruikers intuïtief al aanvoelden: AI groeit uit tot een vaste schakel in het productieproces van online content.
Betekent dit dat het internet wordt overspoeld door AI?
Niet noodzakelijk. Een belangrijke nuance in het onderzoek is dat AI-detectie geen absolute zekerheid biedt.
De gebruikte modellen zoeken naar taalpatronen die vaker voorkomen in AI-gegenereerde teksten dan in menselijke teksten. Dat maakt het mogelijk om trends op grote schaal te analyseren, maar niet om met honderd procent zekerheid te bepalen of één specifieke pagina volledig door AI werd geschreven.
Bovendien betekent AI-auteurschap niet automatisch dat er geen mens meer aan te pas kwam. Steeds vaker ontstaan teksten in samenwerking tussen mens en machine. Een auteur schrijft een eerste versie, laat AI de structuur verbeteren, herschrijft bepaalde passages en voegt daarna opnieuw eigen inzichten toe.
In zulke gevallen is de vraag “Wie schreef deze tekst?” steeds moeilijker te beantwoorden.
AI verandert ook de manier waarop we schrijven
Misschien is dat wel de belangrijkste conclusie van het onderzoek. De grootste impact van generatieve AI zit niet noodzakelijk in volledig automatisch geschreven websites. Ze zit in het feit dat AI steeds vaker onderdeel wordt van het normale schrijfproces.
Journalisten gebruiken AI om interviews samen te vatten. Marketeers laten eerste versies van campagnes genereren. Ontwikkelaars schrijven documentatie met behulp van AI. Bedrijven laten productomschrijvingen automatisch opstellen. Zelfs wetenschappelijke onderzoekers gebruiken taalmodellen steeds vaker voor redactionele ondersteuning.
De toekomst bestaat daardoor waarschijnlijk niet uit een internet dat volledig door AI wordt geschreven, maar uit een internet waarin menselijke en kunstmatige auteurs steeds intensiever samenwerken.
De uitdaging verschuift van creatie naar vertrouwen
Dat roept een nieuwe vraag op. Als steeds meer online content mede door AI wordt geproduceerd, hoe weten lezers dan nog waarop ze kunnen vertrouwen? De kwaliteit van een tekst wordt immers niet uitsluitend bepaald door wie hem schreef.
Een menselijke auteur kan fouten maken. Een AI-model eveneens. Belangrijker wordt daarom de vraag of informatie correct, controleerbaar en betrouwbaar is. Dat maakt redactie, bronvermelding en kwaliteitscontrole belangrijker dan ooit.

