Menselijk gedrag als doorslaggevende factor voor de echte waarde van AI
Kunstmatige intelligentie wordt vaak gepresenteerd als dé motor voor productiviteitsgroei en economische vernieuwing. Toch ligt de sleutel tot echte waardecreatie niet uitsluitend in de technologie zelf. In een recente analyse voor het World Economic Forum stelt Jonas Prising, CEO van ManpowerGroup, dat vooral menselijk gedrag, vaardigheden en de manier waarop organisaties AI integreren in hun werkcultuur bepalen of investeringen in AI renderen. Zonder aandacht voor adoptie en leren blijft het potentieel van AI grotendeels onbenut.
De opmars van kunstmatige intelligentie (AI) gaat razendsnel. Bedrijven investeren massaal in nieuwe tools, automatisering en datagedreven systemen. Toch blijft de beloofde productiviteitswinst vaak achter bij de verwachtingen. Volgens Jonas Prising, CEO van ManpowerGroup, ligt de verklaring niet in de beperkingen van de technologie, maar in de menselijke factor. In een recente bijdrage voor het World Economic Forum benadrukt hij dat AI pas waarde creëert wanneer mensen en organisaties er daadwerkelijk mee leren werken.
Technologie is niet genoeg
Veel organisaties benaderen AI nog steeds als een puur technische upgrade: een nieuwe laag software die bestaande processen efficiënter moet maken. Prising stelt dat dit denken tekortschiet. AI verandert namelijk niet alleen hoe werk wordt uitgevoerd, maar ook wat werk is. Dat vraagt om aanpassing van medewerkers, teams en leiderschap. Zonder voldoende draagvlak, vertrouwen en vaardigheden bij werknemers blijft AI een losstaand hulpmiddel in plaats van een structurele productiviteitsmotor.
Productiviteitsdruk en vergrijzing
De urgentie is groot. In veel economieën staat de productiviteit onder druk, mede door demografische ontwikkelingen zoals vergrijzing en krimpende beroepsbevolkingen. AI wordt vaak gezien als een noodzakelijke oplossing om economische groei te ondersteunen. Maar volgens Prising werkt die oplossing alleen wanneer AI wordt ingebed in dagelijkse werkpraktijken. Organisaties die technologie loskoppelen van menselijk kapitaal, zien minder rendement dan bedrijven die investeren in vaardigheden, herontwerp van werk en veranderingsbereidheid.
Van functies naar vaardigheden
Een belangrijke trend die Prising benoemt, is de verschuiving van vaste functieprofielen naar flexibele, op vaardigheden gebaseerde werkmodellen. In plaats van complete banen te automatiseren, worden taken opgesplitst. Repetitieve of voorspelbare onderdelen kunnen door AI worden overgenomen, terwijl mensen zich richten op creativiteit, probleemoplossing en besluitvorming. Dit model biedt kansen, maar stelt ook nieuwe eisen aan werknemers. Zonder gerichte ondersteuning en opleiding dreigt ongelijkheid tussen mensen die wel en niet kunnen meekomen in deze transitie.
Vertrouwen en leervermogen onder druk
Opvallend is dat het gebruik van AI binnen organisaties toeneemt, terwijl het zelfvertrouwen van werknemers over hun AI-vaardigheden juist afneemt. Dat wijst erop dat veel bedrijven sneller investeren in technologie dan in opleiding en cultuur. Training, begeleiding en ruimte om te experimenteren zijn cruciaal om angst en weerstand weg te nemen. Volgens Prising wordt het vermogen van organisaties om continu te leren daarmee een strategische succesfactor in het AI-tijdperk.
De menselijke randvoorwaarden voor succes
AI kan processen versnellen en nieuwe mogelijkheden creëren, maar technologie op zichzelf genereert geen waarde. Die ontstaat pas wanneer mensen de ruimte krijgen om nieuwe tools te begrijpen, toe te passen en te verbeteren. Leiderschap speelt hierin een centrale rol. Bedrijven die inzetten op flexibiliteit, levenslang leren en vertrouwen, zijn beter gepositioneerd om de belofte van AI waar te maken- niet alleen economisch, maar ook maatschappelijk.
Conclusie
De impact van AI op productiviteit en groei wordt minder bepaald door algoritmen dan door mensen. Organisaties die AI zien als een menselijk veranderingsproces, in plaats van een louter technische innovatie, hebben een duidelijke voorsprong. De echte AI-revolutie speelt zich niet af in datacenters, maar op de werkvloer: in gedrag, vaardigheden en de bereidheid om te blijven leren.

