Opvallende resultaten: OpenAI onderzocht hoe meer dan 1.500 organisaties AI écht gebruiken.
Vrijwel iedere organisatie experimenteert met chatbots, copilots of AI-agents en consultancyrapporten voorspellen steevast spectaculaire productiviteitswinsten. Maar hoe gebruiken bedrijven AI nu werkelijk? Welke medewerkers zetten de technologie in? Voor welke taken? En wat zegt dat over de manier waarop werk de komende jaren zal veranderen?
Voor de voorbereidingen van de inhoud en creatie van de visuals wordt (uiteraard) gebruikgemaakt van generatieve AI.
How Organizations Use AI: Evidence from ChatGPT
OpenAI probeert die vragen te beantwoorden in het onderzoeksrapport ‘How Organizations Use AI: Evidence from ChatGPT’. In plaats van enquêtes af te nemen of verwachtingen te formuleren, analyseerden de onderzoekers geanonimiseerde gebruiksgegevens van ChatGPT Enterprise. Het onderzoek omvat meer dan 1.500 organisaties, ruim 17 miljoen berichten en koppelt die gegevens aan functierollen, taakclassificaties en financiële bedrijfsinformatie.
De cijfers (update 11 augustus 2026) bevestigen dat AI zich razendsnel verspreidt. Toch ligt de meest interessante conclusie niet in de omvang van het gebruik, maar in de manier waarop organisaties AI stap voor stap in hun dagelijkse werking integreren.
De AI-revolutie speelt zich niet meer af in de IT-afdeling
Toen ChatGPT eind 2022 verscheen, werd generatieve AI vooral gezien als een hulpmiddel voor programmeurs en technologieliefhebbers. Die tijd lijkt definitief voorbij.
OpenAI toont aan dat ChatGPT Enterprise vandaag wordt gebruikt door medewerkers uit vrijwel alle bedrijfsfuncties. Marketing, communicatie, juridische diensten, finance, HR, sales, projectmanagement en engineering maken allemaal intensief gebruik van AI. Dat betekent dat generatieve AI niet langer een gespecialiseerde technologie is, maar uitgroeit tot een algemene productiviteitstool voor kenniswerk.
Dat vraagt een totaal andere aanpak dan een klassiek IT-project.
AI groeit vooral bij bestaande gebruikers
Een tweede opvallende conclusie is dat de groei van ChatGPT Enterprise niet alleen wordt veroorzaakt door nieuwe klanten.
Tussen juni 2025 en maart 2026 nam het gebruik explosief toe. Een aanzienlijk deel van die stijging kwam echter van organisaties die AI al hadden ingevoerd en het gaandeweg intensiever begonnen te gebruiken. Medewerkers ontdekten nieuwe toepassingen, vertrouwden steeds meer op AI en integreerden de technologie dieper in hun dagelijkse werkzaamheden.
Dat is een belangrijk inzicht voor bestuurders.
De aankoop van een enterprise-licentie is blijkbaar niet het eindpunt van een AI-traject, maar juist het begin. De grootste waarde ontstaat pas wanneer medewerkers experimenteren, nieuwe workflows ontwikkelen en AI geleidelijk verweven met bestaande processen.
AI-adoptie blijkt dus geen eenmalige implementatie, maar een continu leerproces.
Niet de technologie verandert het werk, maar de taken
Een van de interessantste observaties uit het onderzoek is dat AI zelden volledige functies overneemt.
In plaats daarvan ondersteunt ChatGPT een brede verzameling afzonderlijke taken. Schrijven, samenvatten, analyseren, communiceren, documenteren, plannen en onderzoeken behoren tot de meest voorkomende activiteiten. Ook softwareontwikkeling blijft een belangrijke toepassing, maar vormt zeker niet langer het grootste deel van het gebruik.
Dat sluit aan bij een bredere ontwikkeling die we de afgelopen maanden steeds vaker zien terugkomen.
AI verandert eerst taken, daarna pas functies.
Een jurist blijft jurist, maar besteedt minder tijd aan het opstellen van eerste versies van documenten. Een HR-medewerker blijft verantwoordelijk voor selectie en begeleiding, maar gebruikt AI voor vacatureteksten, samenvattingen of analyses. Een financieel medewerker laat rapporten voorbereiden, maar blijft verantwoordelijk voor de interpretatie en besluitvorming.
Werk verdwijnt dus niet noodzakelijk. Het verandert wel fundamenteel.
Jongere medewerkers lopen voorop
OpenAI stelt ook vast dat jongere medewerkers gemiddeld intensiever gebruikmaken van ChatGPT Enterprise dan meer ervaren collega’s. Dat hoeft niet te verbazen. Nieuwe generaties werknemers zien AI steeds vaker als een vanzelfsprekend onderdeel van hun digitale gereedschapskist.
Opvallend is echter dat ook directieleden en senior managers AI gebruiken, zij het voor andere doeleinden. Waar jongere medewerkers AI vaak inzetten voor operationele taken, gebruiken leidinggevenden de technologie eerder als hulpmiddel voor strategische analyses, voorbereiding van vergaderingen of communicatie. Dat verschil is interessant.
Het suggereert dat AI zich niet op één uniforme manier door organisaties verspreidt. Iedere functiegroep ontwikkelt haar eigen gebruikspatronen, afhankelijk van verantwoordelijkheden en dagelijkse werkzaamheden.
Grote organisaties hebben een voorsprong, maar geen garantie op succes. Het onderzoek toont daarnaast dat vooral grotere ondernemingen vroeg investeren in enterprise AI. Het gaat vaak om bedrijven met hogere R&D-uitgaven, meer middelen en een sterkere digitale maturiteit.
Dat betekent echter niet dat kleinere organisaties achterblijven. Integendeel, kleinere bedrijven kunnen vaak sneller beslissen, eenvoudiger experimenteren en AI sneller integreren in bestaande processen. Het verschil zit dus niet uitsluitend in budgetten of technologie, maar vooral in de mate waarin een organisatie bereid is haar manier van werken aan te passen. Precies daar ligt volgens OpenAI de grootste uitdaging.
AI-adoptie is in werkelijkheid organisatieontwikkeling
OpenAI omschrijft generatieve AI als een general-purpose technology, vergelijkbaar met elektriciteit of het internet. Zulke technologieën creëren hun grootste economische waarde niet op het moment dat ze beschikbaar komen, maar wanneer organisaties hun processen erop aanpassen.
Dat is een belangrijk inzicht dat vaak onderbelicht blijft. Veel organisaties behandelen AI vandaag nog als een softwareproject. Er wordt een leverancier gekozen, licenties worden aangekocht en medewerkers krijgen toegang tot een chatbot. Maar daarmee is de implementatie nog lang niet voltooid.
De echte vragen beginnen pas daarna. Welke taken lenen zich het best voor AI? Welke informatie mag worden ingevoerd? Wanneer blijft menselijke controle noodzakelijk? Hoe deel je succesvolle werkwijzen tussen afdelingen? En hoe voorkom je dat iedere medewerker zijn eigen manier van werken ontwikkelt?
Waarom governance plots zo belangrijk wordt
Hoewel het rapport nauwelijks ingaat op regelgeving, verklaart het indirect waarom AI-governance vandaag zo’n belangrijk thema is.
Wanneer enkele medewerkers experimenteel AI gebruiken, volstaat gezond verstand vaak nog. Maar zodra honderden of duizenden medewerkers dagelijks AI inzetten voor uiteenlopende bedrijfsprocessen, ontstaat behoefte aan duidelijke afspraken.
Niet om innovatie af te remmen, maar om ze beheersbaar te maken. Dat sluit nauw aan bij de Europese AI Act. De verplichting rond AI-geletterdheid, menselijke controle en verantwoord gebruik krijgt veel meer betekenis wanneer AI niet langer een nichetool is, maar een algemene werktool voor de volledige organisatie.
Ook ISO/IEC 42001 past perfect binnen dat plaatje. De norm gaat immers niet over één specifiek AI-model, maar over de manier waarop een organisatie AI structureel beheert, evalueert en continu verbetert. Het onderzoek van OpenAI laat zien waarom zulke managementsystemen de komende jaren steeds belangrijker worden.
Van individuele experimenten naar een AI-organisatie
Misschien is dat uiteindelijk wel de belangrijkste boodschap van het rapport. De organisaties die vandaag het meeste voordeel uit AI halen, zijn niet noodzakelijk degene met het krachtigste model of het grootste AI-budget.
Ze zijn vooral beter geworden in het organiseren van AI. Ze investeren in opleiding, delen succesvolle werkwijzen, bouwen governance op, ondersteunen medewerkers en laten AI geleidelijk deel uitmaken van de dagelijkse werking. De technologie evolueert daardoor van een losse chatbot naar een integraal onderdeel van de organisatie.
Dat is wellicht ook de richting waarin vrijwel iedere onderneming de komende jaren zal evolueren. Niet naar een wereld waarin AI mensen vervangt, maar naar organisaties waarin mensen steeds beter leren samenwerken met AI.
De echte transformatie moet nog beginnen
OpenAI’s onderzoek biedt daarom meer dan een momentopname van ChatGPT-gebruik. Het toont hoe een nieuwe manier van werken ontstaat.
AI verspreidt zich niet langer uitsluitend via innovatieve IT-teams. Ze bereikt vrijwel iedere kenniswerker, verandert honderden kleine taken en dwingt organisaties na te denken over processen, verantwoordelijkheden en governance.
Wie artificiële intelligentie vandaag nog uitsluitend ziet als een slimme chatbot, mist wellicht de belangrijkste ontwikkeling. De grootste verandering speelt zich niet af in het model zelf. Ze speelt zich af in de organisatie die leert hoe ze die intelligentie op een verantwoorde, efficiënte en duurzame manier inzet.

