Prompten met Nano Banana 2 en Nano Banana Pro: zo haal je betere beelden uit Google’s AI-modellen
Nano Banana 2 en Nano Banana Pro zijn geen beeldmodellen die je zomaar met een paar losse trefwoorden aanstuurt. Wie echt sterke resultaten wil, moet ze behandelen als creatieve tools die regie nodig hebben. Het draait daarom minder om specs alleen, en vooral om de vraag hoe je prompts opbouwt voor beeldgeneratie, beeldbewerking, tekst in visuals en actuele context via web search.
Goede prompts beginnen met visuele duidelijkheid
De interessantste les uit de handleiding voor Nano Banana 2 en Nano Banana Pro is eigenlijk simpel: goede output begint niet bij technologie, maar bij instructie. Deze modellen kunnen veel aan, van beeldcreatie en editing tot meertalige tekst in visuals en het verwerken van actuele informatie. Maar de kwaliteit van het resultaat hangt sterk af van hoe helder je prompt is opgebouwd.
Daarom raadt Google aan om niet te prompten in losse keywords, maar in volledige visuele aanwijzingen. Een goede prompt beschrijft niet alleen het onderwerp, maar ook wat dat onderwerp doet, waar de scène zich afspeelt, hoe de camera erop staat en welke stijl je verwacht.
Met andere woorden: je vraagt niet zomaar “een futuristische stad”, maar bijvoorbeeld:
‘Een regenachtige futuristische stadsstraat bij schemerlicht, gezien vanuit een laag camerastandpunt, met reflecties op nat asfalt, neonreclame in blauw en oranje, cinematische belichting en veel detail in de gebouwen.’
Zo’n prompt stuurt het model veel preciezer dan een losse reeks sfeerwoorden.
Voor pure beeldgeneratie werkt volgens de gids een vaste structuur het best: onderwerp, actie, context, compositie en stijl. Dat dwingt je om concreet te worden. In plaats van een sfeerwoord te stapelen op nog een sfeerwoord, bouw je een scène op.
Een zwakke prompt is bijvoorbeeld:
‘Kat, ruimte, cool, cinematic.’
Een sterke variant is:
‘Een zwarte kat zweeft in een kleine capsule in de ruimte, omringd door zachte blauwe schermverlichting, close-up shot door een bolvormig venster, met een speelse maar realistische sciencefictionstijl.’
Dat maakt je prompt niet alleen duidelijker, maar ook veel voorspelbaarder in output.
Bij beeldbewerking telt ook wat hetzelfde moet blijven
Bij beeldbewerking verschuift de aanpak. Dan is het niet genoeg om alleen te zeggen wat er moet veranderen. Je moet ook expliciet maken wat identiek moet blijven. Net daar gaat het in de praktijk vaak fout.
Wie bijvoorbeeld een object wil toevoegen aan een bestaande foto, moet het model tegelijk vertellen dat de achtergrond, belichting, camerahoek en verhoudingen behouden moeten blijven. Een eenvoudige instructie als:
‘Voeg een rode fiets toe’
is te vaag.
Beter is:
‘Voeg een matte rode stadsfiets toe tegen de muur links in beeld. Behoud exact dezelfde belichting, schaduwen, perspectief, straattextuur en kleurtoon van de originele foto.’
Zo vermijd je dat een kleine ingreep onbedoeld het hele beeld verandert.
Dan het nut van multimodale prompting. Je kunt meerdere referentiebeelden combineren om stijl, compositie of productconsistentie vast te houden. Dat is vooral bruikbaar voor commerciële toepassingen, zoals een product in verschillende settings tonen zonder dat vorm, materiaal of merkidentiteit verloren gaan.
Stel dat je een sneaker in drie campagnes wilt gebruiken. Dan kun je het model instrueren met:
‘Gebruik referentiebeeld 1 als basis voor het productontwerp, neem de belichting en luxe sfeer van referentiebeeld 2 over, en plaats de sneaker in een moderne minimalistische winkelomgeving.’
Referentiebeelden zijn hier geen extraatje, maar een manier om de visuele bandbreedte van het model strakker te sturen.
Tekst in beelden vraagt evenveel precisie als de scène zelf
Een aparte sterkte van Nano Banana 2 en Pro is tekstweergave in beelden. Google adviseert om gewenste tekst altijd letterlijk tussen aanhalingstekens te zetten, en meteen mee te geven welk lettertypegevoel, welke taal of welke toon je zoekt. Zeker voor posters, advertenties, diagrammen of gelokaliseerde visuals is dat belangrijk.
Een zwakke prompt is:
‘Maak een poster voor een zomerfestival.’
Een veel betere versie luidt:
‘Ontwerp een moderne festivalposter met de tekst “Summer Lights 2026” in een strak sans-serif lettertype, centraal bovenaan, met warme zonsondergangskleuren en een energieke, premium uitstraling.’
Voor lokalisatie kun je dat verder uitbreiden, bijvoorbeeld:
‘Vertaal de slogan naar het Frans en gebruik een elegante typografische stijl die geschikt is voor een luxemerk.’
Eerst het tekstconcept uitschrijven en pas daarna het definitieve beeld laten genereren, levert doorgaans de beste resultaten op. Zo voorkom je dat vormgeving en inhoud elkaar in de weg zitten.
Prompten werkt het best als creatieve regie
Opvallend is hoe sterk de handleiding inzet op prompting als creatieve regie. Licht, lens, focus, materiaal en kleur zijn geen details, maar sturingsmiddelen. Wie woorden gebruikt als ‘softbox lighting’, ‘macro lens’, ‘aerial view’, ‘shallow depth of field’ of ‘tweed texture’, helpt het model om visueel preciezer te denken.
Dat levert rijkere beelden op dan generieke opdrachten zoals ‘maak het professioneel’ of ‘maak het mooier’.
Vergelijk:
‘Maak een koffiemok op tafel’
met:
‘Een minimalistische keramische koffiemok op een walnoten tafelblad, gefotografeerd in zacht ochtendlicht met een 50mm-lens, ondiepe scherptediepte en warme neutrale kleurtonen.’
In dat tweede voorbeeld vertel je het model niet alleen wat het moet tonen, maar ook hoe het beeld moet aanvoelen.
Ook voor actuele informatie biedt de gids interessante mogelijkheden. Omdat de modellen web search kunnen gebruiken, kun je prompts opbouwen rond live context. Denk aan:
‘Zoek het actuele weer in Brussel en genereer een realistische straatscène die overeenkomt met die omstandigheden, inclusief passende bewolking, kleding en lichtinval.’
Zo verschuift prompting van pure creatie naar visuele vertaling van informatie.
De kernboodschap is helder: Nano Banana 2 en Nano Banana Pro zijn krachtig, maar niet magisch. Wie sterke output wil, moet een prompt schrijven alsof die een scène regisseert. Niet vaag, maar visueel. Niet toevallig, maar doelgericht. En niet in losse trefwoorden, maar in duidelijke creatieve beslissingen.
De beste prompts beschrijven niet alleen wat er in beeld moet komen, maar ook hoe het eruit moet zien, hoe het belicht is, welke sfeer het moet dragen en wat absoluut behouden moet blijven. Precies daar zit het verschil tussen een aardige AI-afbeelding en een resultaat dat echt professioneel bruikbaar is.

