Waarom AUX stilaan even belangrijk wordt als UX in het tijdperk van AI-agents
AUX, voluit Agent User Experience, schuift naar voren als een nieuw uitgangspunt voor softwareontwerp. Niet de menselijke gebruiker, maar de AI-agent staat daarbij centraal. Een recente post van HubSpot-medeoprichter Dharmesh Shah gaf dat idee extra gewicht: volgens hem volstaat het niet langer om software alleen bereikbaar te maken voor agents. Producten moeten ook echt bruikbaar worden voor hen.
Van menselijke interfaces naar agentgerichte software
De softwarewereld staat voor een nieuwe ontwerpvraag. Jarenlang draaide alles om de ervaring van menselijke gebruikers: duidelijke interfaces, logische navigatie en soepele interacties. Maar nu AI-agents steeds vaker taken uitvoeren in bedrijfssoftware, ontstaat een andere realiteit.
Die systemen hebben weinig aan visuele finesse. Ze hebben nood aan duidelijke workflows, voorspelbare logica en interfaces die optimaal werken voor geautomatiseerde actie in plaats van menselijke bediening. In dat kader wint AUX, of Agent User Experience, snel aan belang.
Bereikbaar is niet hetzelfde als bruikbaar
De recente discussie kreeg extra aandacht door Dharmesh Shah, medeoprichter van HubSpot. In een veel gedeelde LinkedIn-post stelt hij dat elk B2B-softwarebedrijf in wezen een agentische versie van zijn product zou moeten bouwen.
Volgens Shah is het niet genoeg om bestaande API’s simpelweg via een MCP-server beschikbaar te maken. Dat maakt een product wel bereikbaar voor agents, maar nog niet noodzakelijk efficiënt of intuïtief in gebruik voor die systemen. Precies daar situeert hij het belang van AUX.
De gedachte daarachter is fundamenteel. Tot nu toe werden zelfs programmeerbare interfaces meestal ontworpen voor menselijke ontwikkelaars. API’s waren bedoeld om door mensen te worden gelezen, getest en geïntegreerd. In een agentische context verschuift dat perspectief. Dan wordt de agent zelf de primaire gebruiker. Dat vraagt een andere manier van denken over software: minder focus op endpoint-beschikbaarheid, meer aandacht voor taakstructuur, semantische duidelijkheid en betrouwbare uitvoerbaarheid.
Begin klein en maak één workflow uitstekend
Shah koppelt daar ook een praktische les aan. Bedrijven moeten volgens hem niet meteen hun volledige product herdenken voor agents. Beter is om één concrete workflow te kiezen en die uitzonderlijk goed uit te werken.
Denk aan het onboarden van een nieuwe klant, het verwerken van supportvragen of het samenstellen van een rapport. Zodra zo’n proces voor een agent vlot, consistent en doelgericht werkt, kan dat model worden uitgebreid naar andere onderdelen van het product.
Dat AUX nu opduikt, is geen toeval. In bredere analyses over de volgende fase van AI-software duikt hetzelfde patroon op: agents worden niet langer gezien als extra laag bovenop bestaande tools, maar als actieve gebruikers van softwareomgevingen. Daardoor verschuift de ontwerpdiscipline van schermen en interactiepatronen naar machineleesbare processen en digitale ergonomie voor autonome systemen.
Een nieuwe standaard voor softwarebedrijven
Voor softwarebedrijven is dat meer dan een theoretisch debat. Wie vandaag alleen nadenkt over toegankelijkheid via API’s, riskeert morgen achter te lopen op spelers die hun producten echt voor agentgebruik ontwerpen. De bedrijven die de komende jaren het verschil maken, zullen waarschijnlijk degene zijn die agents niet behandelen als een bijlage van hun platform, maar als volwaardige gebruikers. AUX lijkt daarmee niet zomaar een modewoord, maar mogelijk het begin van een nieuwe standaard in productontwikkeling voor het AI-tijdperk.

